Dat hadden we Afgesproken!!!

 

Afgesproken

Cliënten komen bij me voor de meest uiteenlopende problemen. Veel problemen – vooral op relatiegebied – hebben een gemeenschappelijke oorzaak. Het gaat meestal om verwachtingen die je van de ander hebt welke niet worden ingevuld. Als je eenmaal ziet hoe dit werkt, dan zullen problemen met anderen verdwijnen als sneeuw voor de zon. Hier enkele voorbeelden:

Heb je je kamer nou nog niet opgeruimd? Wat hadden we nu afgesproken? Jij zou elke vrijdag er voor zorgen dat je kamer in ieder geval één dag in de week netjes is! Je hebt het nog zo beloofd!’

‘’Nou zeg, je zou die boodschappen meenemen vanuit je werk. Ik heb het je vanmiddag nog gemaild. En je antwoordde: zal kijken of het lukt. Je doet ook nooit wat je beloofd!

‘Ben je er niet met mijn verjaardag? Hoe kan dat nou? Ik ben je moeder, dan houd je met je afspraken toch rekening met mijn verjaardag! Dat hebben we altijd zo gedaan, waarom dan nu ineens niet? Dat zijn geen afspraken!’

‘Ik zal het eten koken als jij dan de kinderen vast naar bed brengt. Ja, die hebben al gegeten, ben ik al de hele tijd mee druk geweest. Waarom kom je eigenlijk zo laat van je werk? We hadden toch afgesproken dat je om zes uur Jantje van de créche zou halen? Krijg ik een mailtje of ik dat maar even wilde doen, dat hadden we niet afgesproken!’

‘Nou ligt je jas daar nog steeds. Ik zei nog zo: als je thuis komt meteen je jas ophangen. Leer dit van me: je moet altijd doen wat je hebt beloofd!’

Beloven en/of afspreken is vaak eisen! Wanneer je aan iemand vraagt: ‘Wil je dat voor me doen?’ en de ander mag daarop alleen maar ‘ja’ zeggen, dan is dat geen afspraak, maar een eis. In je onbewuste wordt het geregistreerd als een eis. Je hebt dan de neiging – en misschien doe je het ook – om het niet na te komen.
Een afspraak is een overeenkomst, een wilsovereenstemming. Je hebt daarbij, voordat deze tot stand komt, beiden inbreng gehad. Het vragen ‘Wil je iets voor me doen?’ is een verzoek. Je geeft de ander dan de gelegenheid om zelf te besluiten het wel of niet te doen. Dus wees niet teleurgesteld of boos als de ander je verzoek niet inwilligt.

Wanneer je tegen de ander zegt: ‘Ik kook het eten, als jij dan de tafel dekt’. Of: ‘Denk er aan, als je thuiskomt hang je meteen je jas op.’ Of ‘Je moet even een paar boodschappen voor me meenemen.’ Op zo’n moment denk je misschien dat je de ander iets vraagt, maar in werkelijkheid is het een gebod. Hoe lief je het ook zegt. Of hoe je ook de vragende toon gebruikt: het blijft een gebod! En zo komt het ook in het onbewuste bij de ander binnen.

Een eis en een gebod hebben te maken met ‘moeten’. Daarbij komen eisen of geboden altijd van iemand of iets af die over jou of je doen en laten kan beslissen. Iets of iemand die hoger in rang is dan jij. Ofwel je voelt je als volwassene een klein kind en als kind voel je je minderwaardig.
Ieder mens wil vrij zijn, duldt geen dwang. Ieder mens is geboren met het recht op zelfbeschikking. Om eigen keuzen te mogen maken en zelfstandig te kunnen functioneren. Natuurlijk wel binnen bepaalde leefregels, maar deze moeten dan wel duidelijk zijn.

Ouders naar kinderen en partners naar elkaar verzoeken iets en beschouwen dat vervolgens als een wet die opgevolgd dient te worden. Het kan niet anders dan dat dit opstand en verzet oproept.
Dus als je denkt iets te hebben gevraagd en de ander doet het niet, wees dan niet meteen teleurgesteld. Vraag jezelf liever af of het wellicht een gebod of eis was. Haal de woorden in gedachten terug waarmee je het hebt gevraagd. En als je dan tot de conclusie komt dat het écht een vraag was, weet dan dat het antwoord ‘nee’ kan zijn.
Was het geen vraag maar een ‘moeten’ verwacht dan niet dat de ander het zomaar opvolgt. Reken eerder op opstand of verzet.

Hoe je dan wel een vraag kunt stellen? Op deze manier zou je het kunnen doen:
‘We leven samen in een huis en ik heb er een hekel aan als je kamer zo rommelig is. Ik zou het prettig vinden als je je kamer in ieder geval één keer per week netjes is. Op welke dag zou je dat willen doen?’
‘Ik heb nog een paar boodschappen nodig. Kun jij die halen?’ En dan wachten of het antwoord ja of nee is.
‘Jammer dat je niet op mijn verjaardag kan komen. Ik vind het fijn als je dan een andere keer komt. Wanneer kun je?’
‘Het is tijd om te eten. Wie kookt en wie dekt de tafel?’
‘Ik zou het prettig vinden dat als je thuiskomt je je jas ophangt. Wat kunnen we daar over afspreken?’

Het verschil tussen een vraag en een eis is heel subtiel. Hoe je het zegt maakt het verschil tussen een fijne sfeer of discussies en herrie.

Hazrath Inayat Khan [uit: de Gatha’s]:
Het woord heeft een magische kracht in zich:
het kan je vrienden veranderen in vijanden, en je vijanden in vrienden. Het geheim van succes op elk levensgebied is gelegen in het woord. Het woord heeft de kracht om de ‘mind’ van de luisteraar warm of koud te maken. Het woord kan het effect van aarde, water, vuur, lucht of ether teweegbrengen. Het woord kan neerslachtigheid of vreugde teweegbrengen.

Wie de chemie van het woord kent, heeft geen medicijnen of kruiden nodig. Hij heeft een medicijn voor iedere ziekte ter wereld, niet alleen voor lichamelijke ziekten, maar ook voor psychische ziekten.
Door voortdurend speciale aandacht te geven aan je woord, door zorgvuldig het effect van je woorden op anderen te observeren, kom je tot een staat van realisatie waarin je harten kunt genezen.

Hartegroet,
Daisha

Gewijzigd op 01/01/2017

Reageren is niet mogelijk.