Het Leed dat Belofte heet

 

BelofteEen man (58 jaar) heeft niet meer lang te leven. Elk moment kan het afgelopen zijn. Een niet te opereren hersentumor. Het is nu bijna een half jaar geleden dat hij de afschuwelijke boodschap kreeg. Dit laatste halfjaar is een periode vol hoop en teleurstelling geweest. Hoop doordat de specialisten zeiden dat met bestralingen en chemokuur misschien de tumor kleiner zou kunnen worden. En deze daarna misschien te opereren was. Hij onderging alles wat men van hem wilde, want hoop doet leven. Zijn dochter was in verwachting van zijn eerste kleinkind. En dat wilde hij in ieder geval nog meemaken. Zijn lichaam werd een wrak, geestelijk ging hij zo sterk achteruit dat hij de moed opgaf. De teleurstellingen dat niets hielp waren te groot. Het eiste een te grote tol van zijn doorzettingsvermogen, zijn optimisme en zijn veerkracht.

In een laatste opleving roept hij zijn vrouw en kinderen bij zich. Eén voor één wil hij ze spreken. Aan de oudste dochter vraagt hij goed voor haar moeder te zorgen. Haar geen moment uit het oog te verliezen. En stelt haar verantwoordelijk voor het verdere geluk van zijn vrouw. Zij moet met de hand op haar hart beloven dat zij dat zou doen, anders kan hij niet rustig sterven. Zij doet dit, want hoe kan ze immers haar stervende vader iets weigeren?
Zo komen de twee andere dochters ook ieder persoonlijk bij hem. De jongste krijgt de opdracht zijn missie voort te zetten. De vader hielp mensen met problemen, door te luisteren en te adviseren, maar ook door te magnetiseren. De middelste dochter moet beloven carrière te maken. Aan zijn vrouw vraagt hij niet te lang alleen te blijven, daar is ze nog te jong voor. Zij moet beloven een nieuwe man in haar leven toe te laten.

Op het laatst is de man zo ziek dat hij in het ziekenhuis wordt opgenomen. Daar raakt hij in coma. Maar zijn vrouw had hem moeten beloven dat hij in zijn eigen bed zou sterven. Wat de vrouw en dochters hebben moeten doen om dat voor elkaar te krijgen, is nu een te lang verhaal. Ze kregen het gelukkig voor elkaar. Dezelfde avond dat hij was thuisgekomen stierf hij. Twee weken voordat zijn eerste kleinkind werd geboren. Hij mocht dat helaas niet meer meemaken.
Tijdens het hele proces – van ziek worden tot en met de weken na het sterven – heb ik dit gezin begeleid. De man, zodat hij in vrede en zonder angst kon sterven. De vrouw en dochters als het allemaal te veel werd. Regelmatig belden ze of kwamen ze langs.

Het is nu ruim een half jaar later. Moeder en dochters komen ieder afzonderlijk bij me. De beloften die aan vader en echtgenoot zijn gedaan gaan nu al hun tol eisen. Voor de oudste dochter is de belofte, altijd er voor haar moeder te zijn, een onmogelijke taak. Zij woont 120 km van haar moeder vandaan en werkt vijf dagen in de week. De weken na vaders sterven gaat ze drie keer per week ’s avonds naar haar moeder. Elk weekend is ze er ook op zaterdag of zondag. Ze luistert, doet wat administratie en ziet dat haar moeder totaal anders leeft dan toen ze nog met vader leefde. Moet ze dit nu afkeuren of toestaan? Dat zij voor het geluk van haar moeder verantwoordelijk is, voelt heel zwaar.
Ik vertel de dochter dat je nimmer verantwoordelijk gesteld kan worden voor het geluk van de ander. Je kunt namelijk nooit iemand gelukkig maken, dat kan alleen de persoon met zichzelf doen. Er volgt een lang gesprek. Ik leg haar uit dat een mens in zijn laatste uren soms onmogelijke dingen kan eisen van zijn of haar geliefden. Maar als je taak erop zit in het leven, kunt je dit niet zomaar aan iemand anders doorgeven.

Moeder vertelt me dat ze vlak na het sterven van haar man een soort bevrijding in haar voelde. Ze schaamt zich er voor, want ze waren dolgelukkig met elkaar. Het is niet de bevrijding van verlost te zijn van het bijna niet te dragen laatste halfjaar van haar mans leven. Nee, het is iets anders. Net of ik mijn eigen ik heb teruggevonden, vertelt ze.
De belofte die ze deed aan haar man om een nieuwe man in haar leven toe te laten, heeft ze helemaal geen zin in. Wat moet ze daar nu mee?
Ik leg haar uit dat als iets sterft er tegelijkertijd nieuwe mogelijkheden worden geboren. Hoe gelukkig ze ook met elkaar zijn geweest, er was ook een taak – een missie – naar elkaar. Het ondersteunen, begrijpen, het samenleven, het er zijn voor de ander. Je eigen ik opdelen in het wij-zijn. Geen enkel probleem en het is ook niet lastig of zwaar, maar het is er wel elke dag weer. Je wordt door het overlijden van je partner bevrijd van deze taak, zodat de eigen ik meer zichtbaar wordt. Wat er dan kan gebeuren is dat je nieuwe uitdagingen aan kunt gaan. Onontdekte gebieden in jezelf en je leven, ofwel de Spirit om te Leven wordt opgewekt. Opgelucht, bevrijdt van schaamte en de last gaat moeder naar huis.

[box]

Hulp bij rouwverwerking

Zoek je hulp bij rouwverwerking, heb je vragen of een schuldgevoel naar een overledene?

Maak een afspraak  [/box]

De middelste dochter heb ik nog niet gezien, de jongste wel. Ook zij heeft het zwaar met de belofte die ze heeft gedaan. Ze heeft een gezin met jonge kinderen, een leuke baan, een gezellig huis. En is met haar man dolgelukkig, die niets van die paranormale wereld moet weten. Hoe kan en moet ze nu de belofte waarmaken die ze haar vader heeft gedaan, vraagt ze me. Mijn antwoord is heel kort: Niet!

Zoals ik al zei: de mens wil soms dingen afdwingen, maar de ziel zal dit nooit doen.
En met de ziel heb je te maken als de persoon is overleden. De mens is niet meer. Doe daarom geen belofte aan een stervende.

Of als je (eens) stervende bent, vraag nooit aan degenen die achterblijven jou een belofte te doen.
De ziel wéét wat goed is, de mens dénkt te weten wat goed is.

Hartegroet,
Daisha

Gewijzigd op 19/04/2017

Reageren is niet mogelijk.