een Moeder wordt Geboren…

Ze was nog jong, maar met vijftien jaar wist ze het heel zeker: ik wil moeder worden. Op die leeftijd had ze tijdens de vakanties al vaak de zorg voor haar eenjarig zusje en haar zusje van 9 jaar en broertje van 6 jaar. Het leek haar geweldig om moeder te zijn, al van jongs af aan speelde ze met poppen. Ze kookte voor de poppen, speelde schooltje, waste ze, kamde hun haren en naaide en/of breide kleertjes voor ze.
Kortom poppen waren al vanaf dat ze kon praten haar enige wens voor haar verjaardag. Dat was haar voornaamste spel, later toen ze wat ouder werd kwamen daar lezen en schooltje spelen met de buurtkinderen bij.

Totdat haar moeder het haar verbood lag ze zelf op een matje voor haar bed en de poppen op een rij in haar bed. Op haar veertiende verjaardag wenste ze nog steeds als enige cadeau: een vleespop, zoals die toen heette. Haar moeder liet haar er zelf een kopen, maar gaf daarbij de waarschuwing dat dit de laatste keer was dat ze een pop zou krijgen.

Ik ben zwanger!

Ze trouwde toen ze 19 jaar was. In de jaren zestig moest je getrouwd zijn om een huis te kunnen huren. Toen ze bijna een jaar later een flat konden huren trouwden ze voor de kerk. Wanneer je katholiek bent, begint dan pas het huwelijk, zo ook bij haar. Als goed katholiek meisje ging ze als maagd het huwelijk in.
De huwelijksnacht was niet wat ze er van had verwacht. Haar moeder had haar al gewaarschuwd door te zeggen: ‘de man wil tijdens de huwelijksnacht wat van je, ga maar gewoon op je rug liggen, het duurt slechts vijf minuten’. Maar het waren geen vijf minuten, het was super pijnlijk en het ging maar ruw door. Nee, prettig was het zeker niet. Maar ja, het was wel de manier om een kind te verwekken. Later ging ze de seks wel waarderen, met name toen ze merkte dat ze al gauw zwanger was.

Vanaf de dag van de conceptie wist ze: ik ben zwanger. Ze wist ook dat het een jongen zou worden. Hoe iedereen haar ook waarschuwde: pas op het kan ook een meisje worden. Ze trok zich nergens wat van aan en kocht hoofdzakelijk jongenskleertjes. Ook de kinderkamer werd voor een jongen ingericht. Zelfs het geboortekaartje lag al klaar voordat de baby was geboren. Met naam en tekst, de kaarten hoefden alleen nog gedrukt te worden.

Onvoorziene problemen

De eerste drie maanden van haar zwangerschap was ze elke dag vreselijk misselijk. Iedere morgen overgeven, maar ze had het er graag voor over. Ze bleef werken in de drukke zaak van haar ouders, waar ze de leiding had over zes medewerkers. Het waren lange dagen voordat ze ’s avonds naar huis kon, en dan nog dertig kilometer moest reizen.

Vanaf de zesde maand ging het echter mis. Voor die tijd was het al spannend geweest, omdat er vanaf de tweede maand zwangerschapsvergiftiging werd geconstateerd. Maar nu was het zo erg dat ze in het ziekenhuis moest worden opgenomen. De laatste maanden van haar zwangerschap moest ze geregeld in het ziekenhuis blijven, en mocht dan niet uit bed komen.

Telkens was het na enige weken zodanig gezakt dat ze naar huis mocht. Ook ging ze dan weer werken, en even later was het weer mis. Weer opname in het ziekenhuis, en zo bracht ze de laatste drie maanden door: in het ziekenhuis, naar huis, werken, in het ziekenhuis, etc. etc. De laatste paar weken van de zwangerschap was het goed mis, en moest ze in het ziekenhuis blijven.
Het was allemaal erg emotioneel, want elke keer werd er gewaarschuwd dat ze het kindje misschien zou verliezen. Het platliggen, hoe energiek en beweeglijk ze ook altijd was geweest, had ze er graag voor over.

Ze bereidden haar voor op het ergste…

Het kindje zou met de keizersnede worden gehaald. Een dag voordat het zou gebeuren brak het water. Het was nu een te groot risico om nog aan een keizersnede te denken. Het water brak op zondagmiddag rond drie uur. De weeën bleven komen, maar de bevalling zette niet in. De nachtzuster gaf haar het advies om de hoge steile trap in het ziekenhuis op en neer te lopen. En dat deed ze, urenlang, ook al was ze doodmoe, ze ging maar door en door, net zolang totdat ze uitgeput op bed viel.

Om zeven uur maandagmorgen werd ze naar de verloskamer gebracht. Een team van doctors en verpleegsters waren er om de bevalling te begeleiden. De paniek van hen, deed ook haar in paniek raken. Ze bereidden haar voor dat, doordat dat de bloeddruk tot grote hoogte was gestegen, ze bang waren dat de baby het niet zou redden. Wat ze ook tegen haar zeiden, ze wist zeker: nee, hij leeft!
Later bleek, dat men ook bang was dat ze zelf de bevalling niet zou overleven. Toen ze dat hoorde begreep ze pas waarom de paniek rondom haar en de baby zo gigantisch hoog was. Ze heeft nimmer mogen weten wat de bloeddruk uiteindelijk is geweest.

De weeën gingen maar door en door, de pijn was ondragelijk. Elke keer leek het erop dat er nu doorgezet zou worden, maar de ontsluiting bleef minimaal. Helemaal uitgeput bracht ze op een gegeven moment de laatste barensweeën op. Vandaar dat er niet meer werd geaarzeld en ze flink werd ingeknipt. De zusters en de gynaecoloog hielpen haar met persen, zelf kon ze niet meer. Met vreselijk geweld kwam de baby op de wereld, maandagmorgen om tien uur.
Later bleek dat haar staartbotjes tijdens de bevalling waren gebroken. En moest ze een jaar lang op een rubberband zitten om de pijn te kunnen verdragen.

Hier had ze niet op gerekend

Na de geboorte, ze lag nog op de verloskamer, stonden haar ouders er al. Dolenthousiast om hun eerste kleinkind te begroeten. Ze moest nog gehecht en gewassen worden. Ze hield zich flink en was ontzettend dankbaar dat het met de baby goed was gegaan.
Door alle emoties en de uitputting mocht ze de baby slechts heel even vasthouden. ’s Avonds kreeg ze haar zoontje pas weer te zien. Hij werd aangelegd, zoals dat heet, maar helaas er kwam geen borstvoeding. De dag er na is het diverse keren geprobeerd, maar de tweede dag werden haar borsten opgebonden.
Zacht huilend lag ze daar alleen, vreselijk vond ze het dat ze haar zoontje niet zelf kon voeden. Ze had daar zo naar verlangd en allerlei beelden bij gemaakt.

Doordat de bevalling en de zwangerschapsvergiftiging zoveel van haar hadden geëist, vond men het verstandig om haar zoveel mogelijk met rust te laten. Wat resulteerde in dat het verplegend personeel de baby de fles gaf en zijzelf het slechts een of twee keer per dag zelf mocht doen. Voor de rest van de dag zag ze haar zoontje niet. Toen zag men nog niet in dat dit geen goede start voor moeder en kind is. En het is zeker niet in het belang om de band tussen moeder en kind te vormen.

De baby lag op de kinderafdeling, gelukkig hoefde hij niet in een couveuse. Zelf mocht ze niet uit bed, vandaar dat haar zoontje hooguit twee keer per dag een klein kwartiertje bij haar werd gebracht. Veel te weinig voor een pasgeboren moeder.

Het herstel ging niet zo voorspoedig, ze lag nog twaalf dagen in het ziekenhuis. En mocht naar huis als ze kon garanderen dat ze hulp had, omdat ze nog weken op bed zou moeten blijven. Gelukkig kreeg ze hulp van de buurvrouw, en af en toe van een tante. Heel blij ging ze met haar zoon naar huis, nu kon ze hem tenminste vaker vasthouden, knuffelen en koesteren. Wat was ze trots op hem. Wel kreeg ze allerlei restricties mee naar huis over wat ze wel en niet mocht.

Het bleef maar doorgaan…

Later werd op het consultatiebureau geconstateerd dat haar zoontje niet reageerde zoals bij zijn leeftijd paste. Daarbij was hij een zogenaamde herkauwer. Hij dronk de fles leeg en spuugde het daarna weer uit. Dat betekende een aantal keren per dag verschonen. En als ze ergens naar toe gingen, moesten ze een paar stelletjes schone kleren meenemen.
Op het laatst wilde niemand meer hem op schoot hebben, omdat men de kans had helemaal onder gespuugd te worden. Als moeder deed haar dat vreselijk zeer. Net alsof haar kindje, waar ze zoveel van hield, door iedereen werd verstoten. Ook zijn vader kon er niet meer tegen en wilde hem niet op schoot nemen, hij was zelfs vies van hem.

Van het consultatiebureau kreeg ze allerlei restricties. Vaak weer tegengesteld van datgene dat ze uit het ziekenhuis had meegekregen. Daarbij kreeg ze van de mensen om haar heen wéér andere adviezen. Plus later van de specialisten weer andere adviezen, zodat ze op een gegeven moment het gevoel had dat ze niets goed deed.

In de eerste maanden konden de specialisten er niet achter komen wat er nu precies aan de hand was met de baby. Toen hij een jaar oud was hadden ze het vermoeden dat hij autistisch is. Op een gegeven moment, hij was toen anderhalf, waren de signalen heel duidelijk: geen fijne motoriek en erg in zichzelf gekeerd.
De fijne motoriek had ze zelf al gemerkt, wanneer hij wilde aaien sloeg hij. In de zandbak gaf dat grote problemen met andere kinderen. Hij wilde zo graag met hen spelen, ging hen aaien, maar ze liepen dan huilend naar hun moeder. Huilend omdat hij ze had geslagen, terwijl hij juist wilde aaien. Boze moeders alom, hoe de moeder het ook uitlegde men wilde het niet begrijpen. Op een gegeven moment keerde iedereen zich van hen af. Helaas, wat hij zo graag wilde, namelijk met andere kinderen spelen, kon nooit.

Weer zwanger

De moeder wandelde veel met hem. Doordat hij een herkauwer was, kon hij het beste op zijn buik liggen. Wanneer men dat zag, werd in paniek geroepen: Mevrouw, uw kindje stikt! Wat ze niet wisten dat hij juist zou stikken als hij op zijn rug zou liggen. Helaas had men daar geen begrip voor, en vonden haar maar een ontaarde moeder. Er waren immers net allemaal publicaties dat kinderen die op de buik neergelegd werden kans hadden op Wiegendood!

Haar zoontje is nog geen jaar oud of ze is weer zwanger. Weer wist ze meteen bij de conceptie: ik ben zwanger en het wordt een meisje! Helaas, ging het al meteen mis: ook nu weer zwangerschapsvergiftiging, al in de eerste maand.
Om de baby te kunnen behouden, moest ze weer plat op bed liggen. En de verzorging van haar zoontje aan anderen overlaten. Op een dag ging het goed fout. Toen ze naar het toilet ging, zag ze dat ze hevig bloedde. Meteen werd de huisarts gebeld, deze belde een ambulance om haar naar het ziekenhuis te brengen. Ze mocht onder geen beding zitten en zeker niet lopen.

Ze woonde driehoog in een flat, zonder lift. De ambulancemensen hadden problemen om haar vanaf driehoog platliggend naar beneden te krijgen. Bovendien was ze zwaar, de mannen hadden er een hele klus aan. Het kon dan ook niet anders dat ze toch af en toe schuin werd gehouden. Er was genoeg bekijks, de hele buurt liep uit om te zien wat er aan de hand was. En als je 22 jaar oud bent, vind je dat niet leuk.

Hoe dit verder verloopt, vertel ik volgende week…

De moraal van het verhaal tot nu toe: moeders worden geboren wanneer haar eerste kindje wordt geboren. Een geboorte is niet altijd makkelijk en al helemaal niet als je voordat de baby wordt geboren er een andere voorstelling van hebt. Het wordt meestal zo mooi beschreven en/of verteld. Dat kan voor een gevoel van teleurstelling zorgen, wat voor je omgeving vaak niet te begrijpen is. Want die zien alleen maar het pasgeboren kindje en niet wat eraan vooraf is gegaan.

Iedereen om je heen heeft wel een mening over hoe je met je kindje moet omgaan. Luister ernaar, maar als het tegen je gevoel ingaat, volg dan je eigen gevoel. Hoe de eerste jaren van de net geboren moeders zijn, hebben invloed op het kindje én op het moederschap zelf. Maar daarover een volgende keer!

Voor alle Moeders: een mooie en dierbare Moederdag!

Lieve groet,
Daisha

P.s: Heb je een vraag, en dat kan over van alles zijn. Stuur deze naar daisha@radiomerlijn.nl Ik beantwoord je vraag in mijn radioprogramma ‘Zielsverwanten’. Elke week op zaterdag om 20.00 uur te beluisteren via Radio Merlijn ! En daarna nog de hele week bij Uitzending gemist. Vermeld wel je geboortedatum er bij en/of van de betrokkenen plus voornaam. Ik vertel deze niet in de uitzending, dus privacy verzekerd.

Wil je automatisch op de hoogte blijven? Hier kun je je gratis abonneren op mijn blogupdates. Of ontvang elke week informatie over mijn radioprogramma’s, hier kun je deze gratis nieuwsbrief aanvragen. Daarin staat ook iedere week mijn blog vermeld, dus dat is twee in één!

Gewijzigd op 07/05/2020

Reageren is niet mogelijk.