Illusie wordt werkelijkheid

 

Al jaren leef ik in de illusie dat zoals het vroeger was het weer zou moeten zijn. De jeugd krijgt daardoor een stevigere basis, waardoor ze als volwassene anders in het leven staan. Begrijp je het al? Nee, denk ik, want wat ik nu zeg kan op van alles slaan. Terwijl het voor mij heel duidelijk is, snap jij er waarschijnlijk niets van.

Hoe was het vroeger? Als ik weer eens gevallen was, kon ik als kind naar de wijkverpleegster. Dat vallen gebeurde regelmatig, zodanig dat mijn knieën geschaafd waren en nodig verbonden moesten worden om infecties te voorkomen. Achter af ‘gelukkig’ ging het meestal ontsteken, ik moest dan ook regelmatig terugkomen. Mijn knie werd niet alleen verbonden, door het regelmatig terugkomen werd ook aandacht aan mijn verdriet besteed. Zo kon ik mijn hart luchten bij een begripvolle wijkzuster. Als kind heb je een klankbord nodig, iemand die naar je verhaal wil luisteren zonder meteen op bestraffende toon iets tegen je te zeggen.

Voor de huis-tuin-en-keuken-problemen kon ik bij de wijkzuster terecht. Maar er waren soms grotere problemen, zoals mijn hooggevoeligheid en helderziende gaven. Wat moest ik daarmee? Mijn ouders hadden het er niet zo op dat ik daarover sprak. Heel begrijpelijk, want het is niet leuk door je kind allerlei doomscenario’s voorspeld te krijgen. Die ook nog uit blijken te komen ook! Zodat mijn moeder zei: ‘Vertel het maar niet meer, want als jij zoiets zegt, komt het nog uit ook.’

Tot mijn pubertijd was de wijkzuster ruim voldoende om mijn ‘geheimen’ kwijt te kunnen. Met een jaar of twaalf kwam daarvoor iemand anders in de plaats: de kapelaan! In mijn ogen oud, maar nu ik hem achteraf voor ogen heb, was hij heel jong. Een ontzettend betrokken man, waar je alles aan kon vertellen, zonder dat hij het doorvertelde. Ik gebruikte daar meestal de biecht voor, maar ook de ‘Club van de Kapelaan’ was een heerlijke uitlaatklep. De ‘Club’, opgericht door deze kapelaan, was om met elkaar over allerlei ‘puber’-onderwerpen te praten.

Vroeger, als hoogsensitief kind, zat je met problemen die andere kinderen niet hadden. Die situatie is nu nauwelijks anders. Wat wel anders is dat er geen ‘neutrale’ mensen meer zijn waar je met je verhalen terecht kunt. Als je dan al je verhaal wilt vertellen, moet je naar een psycholoog of ander erkend persoon. Je maakt een afspraak en het ligt er dik boven op dat jij een probleem hebt. Ook anderen komen daar achter en al gauw wordt je gestigmatiseerd en wordt je betiteld met een of andere rare afkorting.

Terug naar vroeger. Volwassenen konden natuurlijk ook terecht bij de wijkzuster én de kapelaan én meneer pastoor. Ook kwamen deze personen thuis op bezoek. ‘Zomaar toevallig’ en ondertussen kon je heerlijk je hart luchten en adviezen krijgen.

Wat waren de resultaten hiervan? Dat ik als kind min of meer om wist te gaan met wat ik allemaal meemaakte door mijn gevoeligheid c.q. helderziendheid. Ik voelde me niet anders dan andere kinderen, ik was geen outcast of ADHD bestempeld kind. Wat ik in de huidige tijd zeker was geweest, omdat men nog steeds niet weet om te gaan met hooggevoelige kinderen. Als je dat niet bent, kun je niet invoelen hoe het is om de vele prikkels die het leven biedt, je van slag kunnen brengen. Waardoor je of hyperactief bent of juist heel stil, en dat afwisselend. Door volwassenen wordt dit ‘wispelturige’ gedrag als zeer lastig ervaren en daardoor bekritiseerd en in het slechtste geval niet geaccepteerd.

Daarbij komt de gevoeligheid voor voeding. Hieraan wordt vaak niet gedacht of je wordt als kind ook hiermee gestigmatiseerd. Vroeger had men helaas nog geen besef dat bespoten voeding of e-nummers in de voeding wel eens tot allergische reacties konden lijden. Vandaar dat ik vaak in het ziekenhuis terecht kwam ‘zonder dat men iets kon vinden’! Extreem hoge koortsen, huiduitslag, eczeem, rare infecties, onnoemelijke en onvindbare pijn.

Wat is nu de moraal van dit verhaal? Al jaren leef ik in de illusie dat er weer een wijkzuster, wijkagent, wijkraadgever of in ieder geval iemand in de wijk mogelijk moet zijn voor alle probleempjes, zodat ze geen grote problemen worden. Iemand waar je als kind en volwassene bij terecht kunt om je verhaal te vertellen, om een advies te krijgen, om doorverwezen te worden als dat nodig is, enz.

In het partijprogramma van Heel Nederland schreef ik dit op pagina 22:

‘7.1 Wijkaanpak In elke (grote) wijk of dorp een vertrouwenspersoon.

Onderzoek op hoeveel inwoners van een wijk of dorp dit mogelijk en nodig is. 5.000 of minder/meer? Waarom? Om de mensen in hun dagelijkse problemen de weg te kunnen wijzen, uit een eventueel isolement te halen, vroegtijdig te signaleren als er in de wijk of het dorp iets misgaat. Dat brengt dat men zich weer veilig, geaccepteerd en geborgen voelt in de eigen omgeving.’

Per 1 december a.s. begint in Zutphen een officiële Wijkcoach!!!

En niet alleen in Zutphen: in Enschede, Rotterdam en andere steden is sinds kort de wijkbegeleiding volop in beweging.

Zo wordt mijn illusie tot werkelijkheid! Ook jouw ‘illusie’ kan werkelijkheid worden. Hoe? Door het te benoemen, telkens te uiten en eventueel te bespreken. Zo wordt het op een gegeven moment werkelijkheid. Misschien niet door jezelf, maar door iemand anders die op een bepaald moment in de juiste omstandigheden is om het te verwezenlijken!

http://itunes.apple.com/nl/podcast/radio-merlijn/id361044778

Gewijzigd op 01/01/2017

  • inge vu

    geweldig dat er “gewoon” mensen zijn voor een ander, waar je lekker je verhaal kan doen en mag zijn zoals je bent.
    ben het er helemaal mee eens dat zoiets weer terug moet komen! lijkt me mooi en dankbaar werk om te doen, zonder dat je gelijk etiketjes opgeplakt krijgt, aandacht en luisteren is in deze tijd zo belangrijk, voor iedereen.