Opstand van de Vrouw! de Tegenstrijdige jaren 1920-1939

In dit tweede deel van de toelichting op de diverse decennia vertel ik uitgebreid waarom je voor een bepaalde periode koos om geboren te worden. Door in een bepaalde periode hier op aarde te komen, kun je tegelijkertijd ontdekken welke kwaliteiten en mogelijkheden je wilde ontwikkelen. De één komt in een periode van snelle en veelvuldige ontwikkelingen om flexibiliteit te ontwikkelen. De ander komt in een periode van grote armoede om met soberheid te leren omgaan. Zo heeft elke Ziel zijn of haar redenen om juist in die betreffende periode te komen. Mocht je het eerste gedeelte hebben gemist, lees dan mijn vorige blog.

Even een terugblik op de jaren 1900-1919

Met name in het eerste decennium van de twintigste eeuw (1900-1909) kwam men om een mooie eigenschap te leren: flexibel zijn ofwel je aanpassen en toch jezelf blijven! Het zijn de mensen die zich in de gruwelijke en emotionele Tweede Wereldoorlog (1940-1945) wel moesten en wisten te handhaven. Zelfs verder gingen dan dat, de meesten boden ondergronds verzet. Net zoals ze van hun ouders hadden geleerd, je past je aan, je bent flexibel, maar van binnen blijf je jezelf en woedt het innerlijke verzet.

Dit innerlijke verzet werd tijdens de Tweede Wereldoorlog uiterlijk, maar dan ondergronds, op vele manieren geboden. Verzetsgroepen dwarsboomden tijdens de oorlog het beleid van de bezetter. Ze saboteerden verbindingen en telefoonlijnen, bliezen gebouwen en spoorwegen op, maakten gebieden onbruikbaar door ze onder water te laten lopen en spioneerden. Men had een ondergrondse krant en deelden plamfetten uit.
Anderen boden verzet door bijvoorbeeld Joden te helpen bij het onderduiken. Of boden onderdak aan de Joden. Er werden bonnen gesmokkeld, legitimatiepapieren vervalst. De meesten deden wel iets, al was het slechts het niet verraden van hun buren die Joods waren.

Natuurlijk zijn er in die tijd ook Nederlanders geweest die de bezetters hielpen en mensen gingen verraden. Maar deze waren in de minderheid. In het leven bestaat nu eenmaal altijd het goede en het slechte. Het goede was tijdens de Tweede Wereldoorlog duidelijk meer aanwezig.

Men leerde in de eerste jaren van de twintigste eeuw dat eigenwaarde, flexibiliteit, het meegaan met de omstandigheden, het wij-samen belangrijke eigenschappen zijn om uiteindelijk een wereld van vrede te creëren.

We gaan verder met de jaren 1920-1929, opstand van de vrouw !

Dit decennium tussen twee wereldoorlogen in wordt ook wel de roerige twintigjaren genoemd. De mensen die in deze jaren worden geboren zijn gekomen om tegenwicht te bieden aan de opgelegde dictatuur.
In de jaren twintig van de vorige eeuw kwamen met name de vrouwen in opstand. Niet alleen qua kleding, maar ook op andere gebieden zoals rechten en gelijkwaardigheid aan de man. Het werd een vrij gevochten decennium. Kwam het door het verkregen kiesrecht dat de vrouw zich verder vrij vochten? Het gezin was belangrijk, maar niet meer het belangrijkste. Men wilde als vrouw wat bereiken. En als ze het zelf niet konden door de omstandigheden, dan toch in ieder geval later hun kinderen!

(Op de foto: een schoonheidswedstrijd in 1921.)

Deze rebelse energie van de vrouwen kwam later ontzettend goed van pas als de dames met 20-25 jaar oud de arbeidsplaatsen van de mannen moeten overnemen vanwege de oorlog 1940-45. Terwijl de mannen het land op de een of andere manier moesten verdedigen of werden afgevoerd, gingen de vrouwen volop aan het werk. De vrouw werkte in de oorlogsindustrie, op het land of elders. Hierbij was gemakkelijke kleding en een gezond lichaam erg belangrijk, waarbij de kunstmatige wespentaille ongewenst was.

Zij zijn de mensen die in hun jonge jaren na de oorlog Nederland hebben opgebouwd. Hardwerkende mensen, soms eigenwijs en vrijgevochten, ze wilden het op hun eigen manier doen. En zich niet schikken in een dictatuur van de mannenmaatschappij, welke dan ook langzaam verdween in de jaren 50.

Alles veranderde, op alle gebieden !

Het was een periode van ondergeschikt zijn aan de buitenwacht en toch vrij zijn. Een grote tegenstrijdigheid die oproept tot verwarring wanneer je zo wordt opgevoed. Ook dat het gezin niet meer het belangrijkste is voor de vrouw. Alles veranderde in de twintiger jaren, op maatschappelijk gebied, emotioneel en qua godsdienst. Deze mensen kwamen om als volwassenen anderen wakker te schudden. Ofwel het openen van nieuwe denkwijzen over de rol van de man, vrouw en het gezin, alsmede de dominee en de pastoor.

Een voorbeeld daarvan zijn mijn moeder en vader, geboren in respectievelijk 1922 en 1921. Tijdens de oorlog – eigenlijk hun hele leven – hebben ze klaar gestaan voor anderen, geholpen waar ze maar konden. De gelijkwaardigheid tussen mijn vader en moeder was op alle gebieden te merken. Na de oorlog hielp mijn vader naast zijn werk als groenteman, die langs de deuren ging om zijn waar te verkopen, ook met het puinruimen in de Arnhemse binnenstad. Mijn moeder regelde alles alleen in de groentezaak die ze toen hadden.

Ik ben katholiek opgevoed, maar op een vrije wijze. Ik mocht met het geloof doen wat ik wilde. Ik was nogal religieus, speelde als kind graag voor priester en wilde non worden. Mijn ouders lieten mij volkomen vrij of ik elke dag naar de kerk ging of helemaal niet, het was allemaal prima. Mijn oudste broer las meestal een stripverhaal tijdens kerkdienst. Voor de pastoor een ergernis, maar mijn ouders deden net of ze daar niets van merkten.
Het waren hardwerkende mensen die er alles aan deden om vooruitgang te boeken. Ze deelden alles met iedereen, hoe arm ze het soms ook hadden.

Waar kon je de opstand aan merken?

Terug naar de jaren twintig, waar kon je de opstand van de vrouwen nog meer aan merken? In 1925 was de zoom van de rok van de vrouw tot onder de knie, twee jaar later was deze boven de knie. Het waren historische tijden: nog nooit was de avondjurk even kort als de jurk voor overdag. De mode werd steeds uitdagender.
Er werden transparante stoffen gebruikt die daar waar het nodig was met glasparels, zijdefranje of het goedkopere rayon waren afgezet en precies dat accentueerden wat verborgen werd.
De kousen waren als een tweede mooie huid: vleeskleurig en van glanzende (kunst)zijde. De decolletés reikten van voren bijna tot de taille en een blote rug was ook eerder regel dan uitzondering. Roken was enorm in trek en de vrouw daagden de mannen uit met het lange sigarettenpijpje.

Terwijl aan het begin van de twintigste eeuw de nadruk op de boezem en het achterwerk lag, ofwel toen de vrouwen nog tot flauwvallens toe samengeperst werden in hun korsetten, was twintig jaar later het tegenovergestelde modieus. De vrouwen uit die tijd werden niet voor niets garçonnes (jongens) genoemd. De vrouwen in de roaring twenties hadden jongensachtige figuren. Naast het lange haar, waren de volle boezem, buik en billen verdwenen. Sporten, diëten en kuren waren het nieuwe motto en al het vet dat overbleef en juist in de korsetten mooi naar voren kwam, werd door de nieuwe rekbare ondermode platgedrukt. Sommige vrouwen bonden zelfs hun borsten in om ze platter te laten lijken. Naast het sigarettenpijpje waren lange sjaals en kettingen ook onmisbare accessoires.

Frivool en tegelijkertijd hard werken geblazen!

In deze periode werd naast het frivole ook het harde werken in de mens gebracht. Er ontstonden diverse nieuwe werkgelegenheden. Zoals bijvoorbeeld in de steenkoolproductie (start 1924), de aanleg van tuinwijken (start 1925). Er worden voor het eerst op grote schaal kwalitatief goede arbeiderswoningen gebouwd.

Woningbouwverenigingen ontstonden, die toparchitecten inschakelden om de nieuwe huizen met ruimte te voorzien. En het opmerkelijke was: met een kleine keuken. Immers dat was geen hoofdzakelijk dagverblijf meer voor de vrouw. Indrukwekkende nieuwe bouwstijlen worden steeds gebruikelijker. Aan de stadsranden verrijzen tuindorpen.

Er kwamen gezinswoningen, waarbij de omgeving vooral groen moest zijn. Educatieve voorzieningen zoals bibliotheek en buurthuis ontstonden. De eerste ruilverkaveling van landbouwgrond vond plaats op Ameland. Het is het begin van de Zuiderzeewerken. Vanaf 1927 werken 5000 mannen aan de Afsluitdijk. Er is welvaart alom, tot op een gegeven moment!

De tegengestelde jaren 1930-1939

De jaren 30 kenmerken zich door grote armoede. Ook in angst leven, je mond dichthouden en blij zijn met wat je toebedeeld krijgt. Vooral angst over ‘wat staat ons te wachten’. Mensen die in deze jaren geboren zijn sterk beïnvloed door angst. In de jaren 30 geboren zijn betekent later dat men bijna geen geld durft uit te geven en er altijd voor zorgt wat achter de hand te hebben. Of men doet als volwassene het tegenovergestelde en is juist verkwistend bezig!

Beginjaren 30 slaat van de ene dag op de andere de crisis toe. Het was de grootste economische depressie van de twintigste eeuw. Ontstaan als gevolg van de beurskrach in 1929, waarbij de aandelenkoersen ongekend snel kelderden. Later door de oorlogsdreiging die er al vanaf midden de dertiger jaren was.

Het aantal werklozen in Nederland bedroeg in 1930 circa 150.000 en kwam in 1935 op een hoogtepunt van bijna 600.000. Daarna daalde de werkloosheid wel enigszins, maar tot in de oorlog bleef het aantal werklozen boven de 350.000. Het was voor het eerst dat werkloosheid in Nederland zo’n omvang had bereikt en zo lang duurde. Van elke vier Nederlandse arbeiders was er één langer dan een jaar werkloos.*

De lonen daalden fors, zelfs tot een niveau dat men het gezin niet meer kon onderhouden. De regering besloot ondersteuning te geven, maar dit was alleen voor de werklozen. De arbeider moest het met het geringe inkomen zien te redden. Ter vergelijking: in 1935 was het gemiddelde modale inkomen 1.300 gulden per jaar. Nu is het gemiddelde modale inkomen 33.000 euro per jaar is 72.720,= gulden – 56 keer zoveel!

Ook met de godsdienst gaat het minder voortreffelijk. Er heerst grote verdeeldheid, dat uiteindelijk uitmondt in een kerkscheuring bij de Geformeerde Kerk. In 1926 wordt er een nieuwe kerk opgericht, het Hersteld Verband.

Niemand is meer zeker wat de toekomst gaat brengen. Joden vluchten vanuit het buitenland naar Nederland, Joodse kinderen worden ondergebracht in pleeggezinnen. De economie wordt op elk gebied zwaar getroffen: Kruideniers proberen door centrale inkoop de concurrentie aan te gaan met de opkomende grootgrutters. Hun combinaties heten Sperwer (1928), De Spar (1932), Centra (1933), VéGé (1938) en VIVO (1942).

Ook de land- en tuinbouw wordt zwaar getroffen door de crisis. Door het grotendeels wegvallen van export en de vraag uit eigen land (mensen hadden geen geld meer om iets te kopen) worden bij de groenteveilingen massaal groenten en fruit doorgedraaid. Voor de onverkoopbare melk wordt een nieuw afzetgebied gevonden: schoolmelk.

Heel hard werken voor bijna niets!

Werklozen gaan langs de deuren met wat schamele koopwaar. Terwijl anderen tweemaal per dag uren in de rij staan voor het stempellokaal. Ontslagen Chinese zeelieden beginnen met de verkoop van zelfgebakken pindakoekjes (teng-teng). Zo ontstaat de benaming ‘pinda-Chinees’. De overheid denkt niet zo positief over de pindakoekjeshandel en verbiedt deze al na een paar jaar wegens onhygiënische omstandigheden.

Het is de tijd van de werkverschaffing, dus heel hard werken voor bijna niets. De mensen die in deze periode zijn geboren, zijn de mensen die in de jaren 60 hogere lonen eisen en ook krijgen. Zij zijn degene die vooral door de armoede die ze meemaakten materie gericht worden. En alle gemakken aanschaffen, zoals koelkast, wasmachine, telefoon, televisie en auto. Waardoor de economie in de jaren daarna een grote bloei kende!

Je ziet de periode van de jaren 30 is in schrille tegenstelling tegen de roerige twintigjaren. In de jaren 30 kan bijna niets. Van eerst ‘alles mag’ naar ‘pas op zo dadelijk ben je alles kwijt’. Vandaar ook de grote tegenstelling in de jaren 50 en 60. Maar daar kom ik in die periode nog op terug.

Waarom deze uitleg?

Het zou mooi zijn als je door deze toelichting je grootouders, ouders of jezelf gaat begrijpen. Waarom zijn we allemaal zo verschillend? Dat is niet alleen door ons karakter, onze missie waarvoor we gekomen zijn, nee het is ook door onze opvoeding. Ik noem het liever de energie die er in de wereld was tijdens je jeugd. Want in die energie zijn je ouders meegegaan, op dat moment hoorde dat zo…

De volgende keer: De Tweede Wereldoorlog en daarna… de jaren 1940 t/m 1959

Lieve groet,
Daisha

P.s. Heb je hier vragen over? Stuur ze naar daisha@radiomerlijn.nl en ik beantwoord je vraag in mijn radioprogramma ‘Zielsverwanten’ te beluisteren bij Radio Merlijn !

Wil je automatisch op de hoogte blijven? Hier kun je je abonneren op mijn blogupdates.

Gedeeltelijk bron: Wikipedia

* Bron: http://www.entoen.nu/crisisjaren

Gewijzigd op 20/12/2016

Reageren is niet mogelijk.